Afscheid van kosters-echtpaar Feike en Hennie van der Veen

Jaren achtereen stonden Feike en Hennie de zondagse bezoeker in de hal van de kerk die de pij wordt genoemd, op te wachten voor een warm welkom. Dat gaf een gevoel van: “Mooi dat je er bent, kom er maar bij!”. Dit is maar een klein, maar dankbaar deel van het kosterschap, vinden ze zelf. Maar tussendoor moet er wel gewerkt worden om het hele “bedrijf” op rolletjes te laten lopen.

Is de tijd van afscheid aangebroken, dan denk je onwillekeurig: Hoe is het eigenlijk allemaal begonnen met die twee? Feike, de zesde uit een gezin van acht kinderen, had zijn jeugd in Drogeham. Hij weet vrijwel alles uit de omgeving van Buweklooster.  Hennie, de oudste van zes, werd geboren in het eerdere wel heel kleine tolhuis in Opende-oost, maar woonde ook een gedeelte van haar jeugd in de riante Antoniahoeve in Opende-zuid. Ze trouwden in 1973 en kozen Surhuizum als hun woonplaats.
Vier jaar later, als de baan van koster vrijkomt, gaan ze wonen in het huis dat daarbij hoort, aan het Langpaed. Vanaf het begin met veel genoegen. Feike heeft als wegenbouwer overdag zoal zijn bezigheden, terwijl Hennie al haar aandacht aan het kosteren kan  besteden. Wat niet wegneemt dat Feike overal waar dat maar nodig is, bijspringt. Vijftien jaar lang blijven ze dit doen, maar vragen dan aan het kerkbestuur ontheffing  omdat ook hun gezin, intussen bestaande uit Jetze, Tiemen, Pieter-Simon, Boukje en Tjitske meer en meer hun aandacht vraagt.

Maar het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan, want in 2006, intussen wonend aan de Doarpsstrjittte, pakken ze samen de draad van het kosterschap weer op. Als geen ander weten ze  dat deze baan veel meer behelst dan het kosteren voor de kerk alleen.  Koster voor het hele dorp zou ook een benaming kunnen zijn. De lokaliteiten werden immers eerder ook gebruikt als stembureau. Vergaderingen en begrafenissen worden er gehouden en jubilea gevierd. Daarnaast zijn er nog zoveel andere festiviteiten. Het geheel geeft vaak zoveel drukte dat het soms maar net bij te houden is. Maar het verschaft hen tegelijk ook veel arbeidsvreugde. Het gezellige “nazitten” met anderen, bijvoorbeeld. Zoveel persoonlijks ook, dat hun wordt toevertrouwd...

Een treffende anekdote van de hectiek waarin soms gewerkt moest worden is die keer dat Hennie één van haar kinderen die maar niet wil ophouden met huilen, in een laken voor haar eigen lichaam vastbindt. Om in de eerste plaats de kleine tot bedaren te brengen en bovendien het noodzakelijke werk op tijd klaar te krijgen.  Heel veel aandacht moest  ook worden besteed aan de tentdienst met broodmaaltijd als afsluiting van de jaarlijkse spelweek. Niemand weet vantevoren hoeveel deelnemers er komen, maar wel moet voldoende proviand  worden ingekocht en tafels en stoelen klaargezet. Daar konden de draaiboeken die voor elk van de feestelijkheden en gebeurtenissen voorhanden zijn, niet in voorzien. Met voldoening en trots zien  Feike en Hennie trouwens op al de jaren van hun kosterschap terug. Ondanks de strubbelingen die zich ook wel eens hebben voorgedaan, want altijd weer werd er een oplossing gevonden. Blij zijn ze ook dat in de vacature na hun vertrek, zo vlot is voorzien.

Aan alles komt nu eenmaal een eind en nu er een punt achter is gezet, wordt er vooruit gezien. Hoeveel meer tijd er vrij is gekomen om zorg te besteden aan kinderen en kleinkinderen. Om te gaan fietsen bijvoorbeeld, of om vaker een tocht met de caravan te gaan maken en nog zoveel andere dingen meer.

Feike en Hennie, Surhuizum zegt jullie voor alles, hartelijk dank!

Harm Scheepsma